Kindermoment hoort bij Lucas 3: 7-18

Ik vraag aan de kinderen om naar voren te komen.
Als ik op een Zondag preken moet en ik preek over de de Bijbeltekst Lucas 3: 7 – 18 dan past dit kindermoment bij deze Bijbeltekst.
Daarna gaan ze naar de Nevendienst en dan hebben ze al een voorproefje van de preek waarmee wij verder gaan.

Voor de derde Zondag van Advent.

De focus ligt op Lucas 3: 7 – 18

Nodig.
Iets waar je twee van hebt en prima een van kunt missen, bijvoorbeeld twee pennen, twee snoepjes. twee waxinelichtjes of iets dergelijks. Ik heb gekozen voor een pen.

Voorbereiding
Ik zorg dat je de voorwerpen bij de hand hebt, maar dat ze nog niet zichtbaar zijn voorafgaand aan het kindermoment.
Ik zorg dat je voor je voorwerpen bij de hand hebt, maar dat ze nog niet zichtbaar zijn voorafgaand aan het kindermoment.
IK zorg er voor dat het voorwerp argumenten heb bedacht waarom je er wel of niet twee van nodig hebt.
Ik ga nu de kinderen uitnodigen om naar voren te komen.

Nu vertel ik hen dat je blij bent met een pen. Laat de pen zien aan de kinderen en ik  vertel hoe mooi de pen is, dat hij zo fijn schrijft etc. Eventueel geef je de pen even door zodat iedereen de pen goed kan bekijken. Nu haal ik de tweede pen tevoorschijn en zeg dan van : Kijk , ik heb er nog een.

Nu ga ik een gesprek aan met de kinderen over de vraag of je deze tweede pen nodig hebt. Probeer het oprecht te verkennen, in ik stel voor als: Kan ik met beide pennen tegelijk schrijven?, wil ik er niet in elke tas een, zodat ik altijd een pen bij me heb? Maar ik vind ze allebei mooi. De een schrijft blauw en de ander zwart.

Probeer echt samen met de kinderen argumenten voor en tegen te vinden  waarom je wel of probeer dan dezelfde verkenning met ze aan te gaan of ze aan een exemplaar ook genoeg zouden hebben.

Vertel dan dat Johannes de Doper in het verhaal van vandaag zegt
Wie twee stel onderkleren heeft moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.  Dus eigenlijk moet je volgens Johannes weggeven waar je er twee van hebt of wat je kunt missen.

Kijk nog eens naar je tweede pen en laat je dilemma zien: eigenlijk  moet je er eentje weggeven. Vraag aan de kinderen of zij (thuis) een pen hebben. Als iedereen een pen heeft, kun je je vraag verleggen naar de rest van de gemeente. Waarschijnlijk heeft iedereen wel een pen. Ik ga opgelucht reageren of suggereren de pen op te sturen naar iemand buiten Nederland die geen pen heeft.

Als je een waxinelichtje als voorwerp hebt, is de kans al groter dat er iemand is die er, ook thuis, niet een heeft. Geef dan je voorwerp in dat geval weg aan iemand zonder waxinelichtje.

Nu ga ik afronden door te vertellen dat het met het weggeven van schoenen of kleren natuurlijk wel een stuk moeilijker is en dat je zelf ook niet zomaar alles weggeeft wat je niet per se nodig hebt. Wees daarin eerlijk en wek niet de suggestie dat de opdracht van Johannes makkelijk is.
Vertel aan de kinderen dat ze in de kindernevendienst zelf aan de slag gaan met het verhaal en gaan nadenken over de vraag van het delen.

Schuiven naar boven