Broeder G. Snip

De kerk is verhuisd.

Alles wijst erop, dat de kerk  er vandaag slechter voorstaat dan vijftig  jaar geleden. Toen zat de kerk bij elke gelegenheid stampvol, of het nu een mis was, een lof, een vastenmeditatie, een veertiguren -gebed of een kruiswegoefening. De kerk was duidelijk een volkskerk.
Zij vormde een centrale plaats in een dorps-of stadsgemeenschap De pastoor was naast de burgemeester een belangrijke autoriteit.
Vandaag is dat heel anders. De pastoor is van zijn voetstuk af, en het kerkbezoek loopt terug en het geloof lijkt zienderogen weg te kwijnen. Dat zijn tekenen die je kunt waarnemen.
Toch durf ik te beweren dat de kerk er beter voorstaat dan vijftig jaar geleden. Het klikt haast ongeloofwaardig tegen de achtergrond van de verschijnselen van teruggang zijn duidelijk waar te nemen, maar wat vroeger niet aanwezig was, is nu naar mijn mening duidelijk aan het groeien: een steeds toenemende betrokkenheid van mensen, die het kerkgebeuren mee willen dragen en vorm geven.

Je zou het ook anders kunnen zeggen: de kerk is verhuisd van de top naar de basis, het grondvlak.  Waar vroeger de kerk uitsluitend gedragen en geleid werd door paus, bisschoppen en priesters, wordt vandaag de kerk veelmeer in stand gehouden en geleid door mensen die weliswaar geen priester of bisschop zijn, maar zich ook bij de kerk  betrokken voelen. Wil onze kerk toekomst hebben, dan zullen er steeds meer mensen moeten komen, die zich voor die kerk en haar werk willen inzetten.

Dat is geen noodmaatregel, omdat er steeds minder priesters zijn, maar het is noodzaak, omdat de kerk thuis hoort bij de basis, bij hen die samen als levende stenen de plaatselijke geloofsgemeenschap vormen. Het mooiste kerkgebouw heeft geen enkele zin als de mensen die er komen, zelf niet bereid zijn kerk, gemeenschap, volk van God te zijn in het dagelijks leven, voor elkaar opkomend en elkaar dragend. De kerk van morgen zal een andere kerk zijn dan die van gisteren, toen er nog volop priesters waren.
We kunnen ons blind staren op het feit, dat het priester aaantal afneemt, maar we kunnen ook oog krijgen voor andere mogelijkheden van kerk zijn die tot nu toe men of meer verborgen waren. Het dalend priesteraantal kaan leiden tot een nieuwe vitaliteit van de plaatselijke kerkgemeenschap. Juist in onze tijd is het besef aan het groeien, dat de opdracht om Jezus Christus present te stellen in de wereld, op de eerste plaats aan de kerkgemeenschap als geheel is gegeven. De kerk is als volk Gods uitgeroepen om Jezus manier van doen, zijn praktijk van de bevrijding en genezing, door te zetten in deze wereld. De liturgie kan ons daartoe bemoedigen en opbeuren. We hebben de Bijbelse verhalen als wegwijzers naar het leven. Er is pastoraat: de zorg voor allen voor allen, het meeleven van mensen met elkaar, het elkaar bewaren in geloof, ook in juist op de kritieke momenten van het leven. Als Jezus moet  de plaatselijke kerkgemeenschap haar geloof en haar hoop door  aan een nieuwe, komende generatie. Zo valt de ene opdracht van de kerk uiteen in een veelheid van taken, waaraan ieder lid van de gemeenschap volgens zijn eigen gaven kan meewerken: in liturgie, in verkondiging, in gemeente-opbouw, in  katechese,  in apostolaat, in dienstbetoon en diaconie.

De tijd dat al deze taken bijna uitsluitend aan priesters waren voorbehouden,  lijkt voorgoed voorbij. De geweldige concentratie van kerkelijke functies in het priesterambt, zoals dat voorheen het geval was, lijkt nu bijna een inperking te worden van Gods vrijheid om mensen tot zijn boodschappers en medewerkers te maken.

In onze tijd krijgen we weer oog voor de geweldige spreiding van taken en gaven zoals dat het geval was in de eerste christengemeenschap. In deze nieuwe ontwikkelingen is de priester veel meer de man van inspiratie en begeleiding dan dat hij alles  zelf moet doen. De leken worden niet meer ingeschakeld bij het werk van de priester, maar omgekeerd: de priester wordt door de leken ingeschakeld bij hun eigen werk. Dat dit groeien naar een nieuwe kerk niet zonder spanningen verloopt, zal ieder duidelijk zijn.
Het komt er op aan de spanningen uit te houden. Wie werkelijk door Jezus Geest bezield wordt, zal niet weglopen, niet capituleren, maar volhouden en volharden.

 

 

Schuiven naar boven