Broeder G. Snip

Gezegende tolerantie

 

Genesis 12:6-7a

Je kijkt er wellicht wat vreemd van op, maar in die tijd had je her en der een heilige plek, een soort godenpark, waar ieder zijn eigen altaar kon neerzetten en waar kris kras door elkaar heen geofferd en gebeden werd. Daar ging ook Abram, als kind van zijn tijd, naartoe. Al zou het zo maar kunnen dat er bij hem nog iets meer achter zat dan dat. Want, laten we eerlijk zijn, voor hetzelfde geld had Abram kunnen denken: dat combineert niet, de levende God Die ik aanbid en die dode goden die zei aanbidden. Om zijn altaar vervolgens

Schuiven naar boven