Broeder G. Snip

Als je terugkijkt

 

Terugkijken

En Jakob zeide tot Farao: Het getal mijner vreemdelingschap is honderd en dertig; weinig in getal en kwaad zijn al mijn levensjaren geweest, en zij niet bereikt het getal der levensjaren van mijn vaderen in de dagen hunner vreemdelingschap.

Genesis 47: 9.

Het is alsof Jakob wil zeggen: ‘Eer ik het besefte is het leven mij tussen de vingers door geglipt…” Wat kijkt hij er nu anders tegenaan dan toen hij jong was en Esau, zijn broer, via een list de grootste vaderlijke zegen wiste te ontfutselen.
Wat verwachte hij toen nog veel van het leven! Wat voelde hij zich gelukkig toen hij na een wacht -en werktijd van veertien jaar eindelijk de vrouw van zijn dromen in de armen kon sluiten! Ondanks Rachels aanvankelijke onvruchtbaarheid werd zijn huwelijk met haar met twee kinderen

Schuiven naar boven